2 januari 2009
Nieuwjaarsbericht Zorg Zaken
Zorg Zaken is in de zomer van het afgelopen jaar van start gegaan en richt zich op de marktwerking in de zorg. Omdat we nogal eens vragen krijgen over de ontwikkelingen op dit terrein en wat de stand van zaken nu eigenlijk is hebben we gemeend zo aan het begin van het nieuwe jaar een aantal constateringen vast te leggen in dit nieuwjaarsbericht.
De marktwerking in de zorg is een ontwikkelingsproces, dat de komende jaren stapsgewijs verder ingevuld wordt. Effecten van genomen maatregelen worden beoordeeld voordat volgende stappen worden gezet.
Als gevolg van de marktwerking verandert de traditionele rol van de spelers in het veld. De Rijksoverheid draagt een deel van de taken over aan zorgverzekeraars. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders maken afspraken over kwaliteit en prijs van de zorg. In dit nieuwjaarsbericht geef ik een schets waar we nu staan in de ontwikkeling naar de geliberaliseerde zorgmarkt. Dit beeld is gebaseerd op eigen waarnemingen, maar ook de vele publicaties zijn een dankbare bron hiervoor.
Wat was ook weer de reden van de marktwerking in de zorg?
Marktwerking in de zorg is geen doel op zich, het is een middel. Het is vooral gericht de kosten van de zorg te beheersen, de kwaliteit te verhogen en de zorgprocessen patiëntvriendelijker te laten verlopen. De zorgverzekeraars hebben de verantwoordelijkheid dit voor hun verzekerden te organiseren door middel van het maken van afspraken met zorgaanbieders. Vinden verzekerden het onvoldoende wat er gebeurt dan zullen ze van verzekeraar switchen en zich aansluiten bij de verzekeraar die door afspraken met zorgaanbieders de premie laag en/of de kwaliteit van het aanbod aan zorg hoog weet te houden, zo is de gedachte.
Zorgverzekeraars en marktwerking; wordt de rol ook opgepakt?
Verzekeraars pakken de rol o.a. op door selectieve zorginkoop en het sturen/stimuleren van hun verzekerden naar die voorkeursleveranciers. Voorbeelden daarvan zijn de Zekurpolis van Univé (niet spoedeisende zorg kan slechts bij een beperkt aantal ziekenhuizen worden verkregen), CZ en Achmea houden bepaalde kosten van zorgaanbieders buiten het eigen risico. Menzis werkt voor een vijftal DBC’s met een aantal voorkeursaanbieders door middel van het toekennen van een Topzorg predicaat.
Ook wordt in de tariefstelling van een enkele groep zorgaanbieders onderscheid gemaakt op grond van het kwaliteitsniveau dat geleverd wordt.
Het zijn eerste tekenen van een meer marktgericht inkopen, echter scherp inkopen op resultaat is (nog) amper aan de orde. Verzekeraars profileren zich ook niet ten opzichte van elkaar op de resultaten van hun zorginkoop. De verzekerden zijn dan ook amper aan het switchen. Voor hen die wel veranderen van verzekeraar is de reden veelal de hoogte van de premie en/of het serviceniveau van hun verzekeraar. De premieverschillen in de basisverzekering zijn opnieuw vrij klein, zodat ook in deze periode weinig verzekerden overgestapt zijn naar een andere zorgverzekeraar. De resultaten van de afspraken met zorgaanbieders zijn niet van invloed op het switchgedrag.
Hoe pakt de zorg zelf de marktwerking op?
Over het geheel genomen is de zorgsector vrij behoudend, echter meer en meer komen er initiatieven die de zorg verbeteren. Marktwerking, in de zin van met elkaar concurreren om de gunst van de patiënt (of diens verzekeraar) staat vrij ver af van het gedachtegoed van de gemiddelde zorgaanbieder. Op zich is dit ook niet vreemd, zorgaanbieders hebben voor hun vak gekozen uit een oogpunt van zorg voor patiënten en niet uit bedrijfsmatige overwegingen.
Over dit onderwerp zijn boeken vol te schrijven, wij volstaan hier met het benoemen van een aantal zaken die in onze ogen bepalend zijn voor het beeld van de marktwerking in de zorg op dit moment.
- Opmerkelijk zijn een drietal private initiatieven in de ziekenhuiswereld in de laatste maanden. De IJsselmeerziekenhuizen die in private handen komen, het opzetten van een commerciële kankerkliniek in Boxmeer en het initiatief te komen tot een geheel nieuw privaat ziekenhuis in Zeeland. Daarnaast zijn er nog vele andere initiatieven te noemen in de ziekenhuiswereld en zien we een toenemende belangstelling van private investeerders in deze sector.
- Ook zien we dat instellingen in de zorg erg druk zijn met het implementeren van de wijzigingen in de regelgeving van de laatste jaren, zoals de DBC’s en de invoering van de zorgzwaartepakketten in de caresector. De onduidelijkheid over de financiering van het vastgoed heeft een stevige wissel getrokken op de agenda van menig instellingsbestuurder.
- Bij de zorgaanbieders praktijkhouders zien we samenwerking verder op gang komen, het accent ligt daarbij vooral nog op samenwerking met collega’s, maar steeds meer ook de samenwerking met verschillende disciplines. Dit laatste vindt ook steeds meer plaats in gezondheidscentra.
- We zien ook een tendens naar kwaliteitsverbetering; certificering van instellingen en praktijken vindt steeds meer plaats.
Kortom: Voorzichtig is een verandering bespeurbaar, deze lijkt zich te ontwikkelen naar de beleidsdoelstellingen van de overheid. Echter echte onderlinge concurrentie is nog ver weg.
En de overheid dan?
Wij bespeuren dat de rijksoverheid door wil gaan op het pad van de marktwerking. Voorbeelden daarvan zijn de uitbreiding van het vrij onderhandelbare B-segment naar 34 %, de opstelling van de minister in de overname van de IJsselmeerziekenhuizen door een private partij, de invoering van een financieringstelsel in de verpleging en verzorging dat is gebaseerd op zorgzwaarte en een beleid dat gericht is op meer ketenzorg bij een aantal veelvoorkomende chronische aandoeningen zoals Diabetes en COPD. Wat echter langzaam gaat is het vrij geven van de tarieven aan het vrije krachtenspel van verzekeraars en zorgaanbieders, dit zou wel eens een belangrijke ‘push’ kunnen zijn naar de liberalisering.
In de politiek is ‘marktwerking’ een beladen begrip geworden, de financiële crisis helpt in dat verband natuurlijk ook niet mee. De belangrijkste vraag is of het politieke klimaat toelaat dat verdergaande stappen worden gezet naar de marktwerking in de zorg en daarbij ook nog het nodige tempo weet te houden. Het grootste gevaar is dat er getemporiseerd wordt waardoor een sector in volkomen verwarring dreigt te geraken.
Wat betekenen deze constateringen nu voor Zorg Zaken?
Zorg Zaken gelooft in het model van marktwerking als sturingsmechanisme in de zorg, daarvoor zijn er nog wel een aantal stappen te zetten. Autonoom, dus los van het liberalisatieproces, merken we dat een mentaliteitsverandering gaande is in de zorg. Meer patiëntgericht en meer bedrijfsmatig.
In tijden van verandering is het altijd belangrijk uit te gaan van de eigen kracht. Daarvoor hebben we een aantal pijlers benoemd die in onze ogen daarbij belangrijk zijn. Ongeacht de snelheid van de ontwikkelingen in de marktwerking, zijn dit de punten waarin geïnvesteerd moet worden om klaar te zijn voor de veranderingen, deze zijn:
- Inzage in kosten en opbrengsten, hoe kunnen de kosten verlaagd en de opbrengsten verhoogd worden.
- De kwaliteit van de zorg, maar zeker ook de kwaliteit van de bedrijfsvoering dragen bij aan de patiëntgerichtheid en de efficiency van de werkzaamheden.
- Het beeld dat je wilt oproepen bij zorgverzekeraars en patiënten, het imago. Waar herken je de praktijk of instelling aan, is dat bijvoorbeeld excellente zorg, of warmte en patiëntvriendelijk of heb je de zorg heel efficiënt georganiseerd enz.
- De laatste pijler is dat je in staat bent de revenuen uit de eerste drie pijlers ook daadwerkelijk met de zorgverzekeraars weet uit te onderhandelen.
Met de advisering en ondersteuning op voornoemde terreinen houdt Zorg Zaken zich bezig, tegen de achtergrond dat de zorgaanbieders zich vooral richten op de zorgverlening en dat wij ons richten op de zaken daaromheen, de Zorg Zaken.
Enschede, 2 januari 2009
Onderwerp: marktwerking, overheid, zorgaanbieders, zorgverzekeraars